Geschiedenis Luxemburg
De oorsprong van Luxemburg
Het kleine land Luxemburg begon als een oude Romeinse vesting, waar nu de hoofdstad ligt. Lucilinburhuc, Latijn voor kleine burcht, werd in 963 de fundering van de burcht van de Ardense Graaf Siegfried. Wat begon als een kasteel groeide gedurende de jaren al een sterke vestiging.
Enkele eeuwen later werd het graafschap een hertogdom, door de beslissing van de Duitse keizer. Gedurende de late middeleeuwen hoorde Luxemburg bij verschillende staten, zoals de Bourgondische statenbond en de Nederlanden. Nadat het van de Nederlanden werd afgesneden, zorgde de regering van stadhouder Ernst van Mansfeld ervoor dat Luxemburg zelfstandiger werd.
Toch zou het nog even duren voordat Luxemburg echt een zelfstandige staat werd. Na deel uit gemaakt te hebben van België, Frankrijk en Duitsland, wordt Luxemburg eindelijk onafhankelijk in 1867, na de opheffing van de Duitse Bond. De Nederlandse koning was er echter nog wel groothertog. Pas toen in Nederland koningin Wilhelmina de troon besteeg, kozen de Luxemburgers een andere Nassau als staatshoofd.
De ontwikkeling van Luxemburg
Tot halverwege de 19e eeuw was het agrarische Luxemburg zeer arm. Dankzij het Thomasprocedé werd het mogelijk om het fosforrijke ijzererts waaraan Luxemburg rijk was, staal te produceren. Door deze ijzerindustrie bloeide de economie op. Ook de economische bondgenootschappen met de benelux en later de EU zorgden voor een stabiele economie in het land.
Vanaf 1850 emigreerde een groot deel van de bevolking naar Frankrijk en de Verenigde Staten. Tegenwoordig is Luxemburg echter een populair land bij immigranten. Een groot deel van de bevolking bestaat uit buitenlanders.


